Column: Ikeaterreur
Beste mensen
Afgelopen zondag was ik in de IKEA, en het was vreselijk. Als er iets symbool staat voor de verloedering van de samenleving, is het wel de IKEA. Het begint al bij de opening, als er tientallen mensen voor de deur slapen zodat ze als eerste een euroknallerontbijtje kunnen eten. Degene die alleen even snel een semi-ambachtelijk gemaakt lampenkapje wil kopen heeft pech, want voordat je binnen bent is het uren later. Als je dan eindelijk bij de afdeling lampenkapjes bent aangekomen (je moet eerst langs alle andere afdelingen), heeft je vriendin het ongelooflijk lelijke plastic tasje al helemaal volgegooid met nutteloze zooi. Op het moment dat je eindelijk bij de afdeling van het lampenkapje in kwestie bent aangekomen begint de ellende pas echt...
"Het lampenkapje is nergens te vinden! Ik loop hier &%$##% vijf minuten te zoeken naar een medewerker, maar er is niemand!"
Uiteindelijk wel een medewerker gevonden. Die leidde ons door het doolhof van schappen vol triestheid naar een plek waar een andere medewerker zou moeten staan, die er niet was. Toen de mevrouw in kwestie eindelijk arriveerde, verwees ze ons naar een stelling in het magazijn. Na een half uur rondgedwaald te hebben zijn we uiteindelijk maar naar huis gegaan, alwaar ik meteen mijn therapeut heb gebeld om me mijn suïcidale ideëen uit mijn hoofd te laten praten.
Aad de Vries